Onderbouw

We werken in groep 1/2 met de methode Onderbouwd. Hiervan zetten wij de materialen en suggesties, die gericht zijn op taal, rekenen en motoriek, zo goed mogelijk passend bij onze Kernconcepten in. Bij Onderbouwd zijn de fases van het aanbod, de verwerking en de controle (of het doel is behaald) van belang. Dagelijks komen taal-, bewegings-, en expressieactiviteiten aan de orde. Het werken met ontwikkelingsmateriaal en het zorgvuldig volgen van de kinderen bij dit proces is eveneens een belangrijk onderdeel van het programma. We proberen deze activiteiten zo af te stemmen dat ieder kind op zijn eigen niveau hieraan kan deelnemen. De ontwikkeling van de taal is heel belangrijk. Activiteiten om de taal te ontwikkelen zijn bijvoorbeeld: vertellen, versjes opzeggen, rijmen, raadsels oplossen, poppenkast spelen, het prentenboek voorlezen en het houden van een kringgesprek. Expressie krijgt ook de nodige aandacht. Allerlei vormen van handvaardigheid, het werken in de bouwhoek, poppenhoek en andere “hoeken”, zingen en dansen, bewegen en drama zijn onderdelen van het vakgebied “expressie”. Een kleuter kan niet lang achter elkaar stilzitten. Heel veel tijd van de schoolweek wordt besteed aan bewegen. Een onderdeel daarvan is het vrije spel binnen of buiten. Maar ook tijdens de spelles, waarin allerlei nieuwe spelletjes worden aangeleerd, krijgt de kleuter voldoende gelegenheid om zich te bewegen. Bij het werken met ontwikkelingsmaterialen wordt gewerkt met puzzels, lotto’s, domino’s, blokken, kralen, constructiematerialen. Naast taal, bewegen en expressie is dit onderdeel van groot belang voor de algehele ontwikkeling van het kind.

Elke week staat er een kind extra in de belangstelling. Hij of zij is dan het Zonnetje van de week. Het Zonnetje van de week is een hulpmiddel om de sociaal/emotionele ontwikkeling van het kind te stimuleren. Het is tegelijkertijd een visuele beloning. Het Zonnetje van de week is een dagelijks terugkerende activiteit die de samenhang en het groepsgevoel in de klas ten goede komt.
De kinderen leren:
· positief naar elkaar te kijken
· positief gedrag te benoemen in de vorm van een compliment geven
· dat ze de moeite waard zijn (= zelfbeeld / zelfvertrouwen)
· trots te zijn op alles wat ze al kunnen en goed doen (= competentiegevoel)

Julianaschool op Facebook